Inventariseren vóór uitvoering
Vooraf wordt vastgesteld welke gevaren bij het werk kunnen ontstaan en welke maatregelen nodig zijn. Project- en bedrijfsrisico's worden verwerkt in de relevante veiligheidsdocumentatie en werkinstructies.
Bij sloopwerk op een actief bouwterrein zijn duidelijke werkzones, veilige loop- en transportroutes, goede werkafspraken en beheersing van specifieke slooprisico's essentieel. Omdat aannemers, installateurs, leveranciers en het sloopteam tegelijkertijd op dezelfde locatie kunnen werken, moet voortdurend duidelijk zijn wie waar mag werken en welke activiteiten veilig naast elkaar kunnen plaatsvinden.
Een veilige uitvoering begint met het herkennen van de risico's van zowel het sloopwerk zelf als van de andere activiteiten op het bouwterrein. Niet alleen de constructie is daarbij relevant, maar ook werkverkeer, installaties, werk op hoogte, vallende materialen, stof, tijdelijke voorzieningen en de aanwezigheid van andere werknemers.
Vooraf wordt vastgesteld welke gevaren bij het werk kunnen ontstaan en welke maatregelen nodig zijn. Project- en bedrijfsrisico's worden verwerkt in de relevante veiligheidsdocumentatie en werkinstructies.
De sloopvolgorde wordt zo gekozen dat constructieve stabiliteit, toegang en veiligheid behouden blijven en andere disciplines niet onverwacht binnen een risicogebied terechtkomen.
Op een terrein met meerdere werkgevers en onderaannemers moeten veiligheidsmaatregelen op elkaar aansluiten. Verandert de planning, dan kunnen ook werkzones en risico's veranderen.
Bij bouwprojecten kunnen onder meer een project-RI&E, plan van aanpak, V&G-plan en projectspecifieke werk- en veiligheidsinstructies een rol spelen. Welke documenten nodig zijn en wie welke verantwoordelijkheden draagt, hangt af van de projectorganisatie en de aard van de werkzaamheden.
Op een actief bouwterrein kunnen verschillende werkzaamheden dicht bij elkaar plaatsvinden. Een installateur die door een werkgebied loopt, een levering die langs een sloopmachine moet of een afbouwteam onder een actieve sloopzone kan een onnodig risico veroorzaken.
Daarom worden werkgebieden vooraf afgebakend en worden looproutes, transportroutes en toegangspunten afgestemd op de actuele sloopfase. Waar nodig worden werkzaamheden tijdelijk van elkaar gescheiden in plaats, tijd of beide.
Vooral bij binnenstedelijke projecten is die afstemming belangrijk. Beperkte werkruimte, omliggende bebouwing, verkeer en meerdere partijen op een klein oppervlak kunnen ervoor zorgen dat werk- en transportroutes voortdurend moeten worden afgestemd. Deegen heeft ruime ervaring met dit soort sloopwerk in Amsterdam en omgeving.
Voor totaalsloop gelden daarnaast specifieke aandachtspunten voor de inrichting van de volledige locatie. Lees daarover meer in hoe een slooplocatie veilig wordt ingericht vóór de start van totaalsloop.
Veilig werken begint bij het zoveel mogelijk wegnemen van het gevaar zelf. Pas wanneer een risico niet voldoende met technische of organisatorische maatregelen kan worden beheerst, worden persoonlijke beschermingsmiddelen ingezet als aanvullende bescherming.
Kies waar mogelijk een werkmethode of sloopvolgorde waarbij het gevaar niet ontstaat of medewerkers niet aan het risico worden blootgesteld.
Gebruik bijvoorbeeld fysieke afzettingen, randbeveiliging, stofafscherming, ondersteuningsconstructies of andere technische voorzieningen.
Scheid werkzaamheden in tijd en plaats, beperk toegang en stem routes, werkvolgorde en aanwezigheid van andere disciplines op elkaar af.
Voor risico's die daarna overblijven worden passende persoonlijke beschermingsmiddelen gekozen op basis van de specifieke werkzaamheden.
Welke persoonlijke beschermingsmiddelen bij sloopwerk nodig zijn, wordt bepaald door de risico's van de betreffende werkzaamheden en werkzone. De juiste bescherming kan daardoor per fase verschillen. Medewerkers moeten bovendien weten wanneer en hoe de middelen correct gebruikt worden.
Afhankelijk van de werkzaamheden kunnen een veiligheidshelm, oog- of gelaatsbescherming en gehoorbescherming noodzakelijk zijn.
Veiligheidsschoenen en geschikte handschoenen beschermen onder andere tegen scherpe delen, vallende materialen en mechanische risico's.
Wanneer blootstelling aan schadelijk stof niet voldoende op een andere manier kan worden voorkomen, kan passende adembescherming nodig zijn.
Valgevaar wordt bij voorkeur met collectieve voorzieningen voorkomen. Wanneer deze onvoldoende toepasbaar zijn, kan persoonlijke valbeveiliging noodzakelijk zijn.
PBM's zijn daarmee een belangrijk onderdeel van veilig slopen, maar vormen niet de volledige veiligheidsaanpak. Een afgezette sloopzone, goede sloopmethode of veilige randbeveiliging voorkomt risico's voor meerdere personen tegelijk en heeft daarom waar mogelijk de voorkeur.
Op een actief bouwterrein ontstaat een groot deel van het risico door de wisselwerking tussen verschillende werkzaamheden. Een route die 's ochtends veilig is, kan later nodig zijn voor materiaalafvoer. Een installatie die nog in gebruik is, kan door de volgende sloopfase geraakt worden. Daarom moet de afstemming tijdens het project blijven doorgaan.
De uitvoerder, het sloopteam en andere betrokken partijen stemmen onder meer werkgebieden, tijdelijke voorzieningen, verkeersbewegingen, hijswerk, installaties en overdrachtsmomenten op elkaar af.
Bij complexere projecten lees je meer over deze samenwerking in sloopwerk afstemmen binnen een bouwplanning met meerdere partijen.
Sloopwerkzaamheden verschillen van veel andere bouwactiviteiten doordat de bestaande situatie tijdens het werk voortdurend verandert. Constructiedelen verdwijnen, materiaal komt vrij en machines en transportbewegingen verplaatsen zich door het project. Daardoor moet tijdens iedere fase opnieuw worden gekeken of de gekozen maatregelen nog voldoende zijn.
Bij het demonteren of slopen van bouwdelen kunnen materialen onverwacht vallen, kantelen of loskomen. Daarom worden gevaarzones vrijgehouden en wordt de sloopvolgorde gecontroleerd uitgevoerd.
Het verwijderen van wanden, vloeren, liggers of andere onderdelen kan invloed hebben op de stabiliteit. Bij twijfel moet vóór de uitvoering duidelijk zijn welke functie een onderdeel heeft.
Graafmachines, verreikers, kranen, vrachtwagens en kleiner materieel creëren bewegende gevarenzones. Vooral de combinatie met voetgangers en andere werkzaamheden vraagt aandacht.
Sloopwerk kan stof, hoge geluidsniveaus en trillingen veroorzaken. De gekozen sloopmethode en beheersmaatregelen worden afgestemd op de risico's voor medewerkers en andere personen in de omgeving.
Sloopmateriaal moet van het werkgebied naar opslag, container of transportmiddel worden gebracht zonder onnodige kruisingen met werknemers en andere bouwactiviteiten. Een vaste logistieke structuur maakt deze bewegingen voorspelbaar.
Vooraf wordt bepaald via welke routes puin, materialen, machines en vrachtverkeer het terrein bewegen.
Waar mogelijk worden voetgangers, transport en actieve sloopwerkzaamheden fysiek of in tijd van elkaar gescheiden.
Vrijkomende materialen worden op afgesproken locaties verzameld zodat routes en werkgebieden niet onverwacht worden geblokkeerd.
Containers en vrachtbewegingen worden ingepland zodat laden, wisselen en afvoeren veilig binnen de overige bouwlogistiek passen.
Deze logistieke afstemming is niet alleen relevant op zeer grote bouwplaatsen. Ook bij renovatie en sloop in stedelijke gebieden kan beperkte ruimte vragen om een nauwkeurige planning van transport, opslag en werkzones. Voor projecten in Midden-Nederland kunt u ook meer lezen over Deegen als sloopbedrijf in Utrecht.
Bij sloopwerk kunnen omstandigheden zichtbaar worden die vooraf niet volledig bekend waren. Denk aan afwijkende constructies, onbekende leidingen, onverwacht loskomende onderdelen of een wijziging in de bouwplanning. Dan moet eerst worden beoordeeld of de bestaande werkwijze nog veilig is.
Wanneer een onverwachte situatie direct risico oplevert, wordt het betreffende werk niet zonder beoordeling voortgezet.
Er wordt vastgesteld wat er is veranderd en welke gevolgen dit heeft voor constructie, medewerkers, machines en omliggende werkzaamheden.
Pas nadat werkmethode, werkzone of andere veiligheidsmaatregelen waar nodig zijn aangepast, kan het betreffende werk worden hervat.
Voor de start en bij iedere belangrijke fasewijziging is het verstandig ten minste de volgende punten te controleren:
Deegen beschikt onder andere over VCA** 2017/6.0 en de certificering Veilig en Milieukundig Slopen SVMS-007. Daarmee is veilig en beheerst werken structureel onderdeel van de organisatie en uitvoering.
De juiste veiligheidsaanpak verschilt per project, maar onderstaande vragen spelen regelmatig wanneer sloopwerkzaamheden plaatsvinden op een bouwterrein waar meerdere partijen actief zijn.
Ja, wanneer de werkzaamheden veilig van elkaar kunnen worden gescheiden en de onderlinge risico's worden beheerst. Dat kan bijvoorbeeld door aparte werkzones, verschillende werktijden, gecontroleerde routes en duidelijke overdrachtsmomenten. Wanneer werkzaamheden elkaar direct in gevaar brengen, moeten ze anders worden gepland.
Dat hangt af van de risico's van het betreffende werk en de bouwplaats. Denk aan hoofd-, oog-, gehoor-, hand-, voet- of adembescherming en in bepaalde situaties valbeveiliging. De benodigde middelen volgen uit de risicoanalyse en werkinstructies. Persoonlijke beschermingsmiddelen vervangen daarbij niet de noodzaak om risico's waar mogelijk bij de bron of met collectieve maatregelen te beheersen.
Actieve werkzones worden duidelijk afgebakend en toegang wordt beperkt tot personen die daar tijdens de werkzaamheden moeten zijn. Daarnaast worden looproutes, bebording, werkafspraken en indien nodig fysieke afscherming ingezet om onbedoelde toegang te voorkomen.
Door de sloopvolgorde vooraf te bepalen, gevarenzones af te zetten en ervoor te zorgen dat andere personen niet onder of direct naast actieve sloopwerkzaamheden aanwezig zijn. Afhankelijk van het project kunnen aanvullende technische voorzieningen of opvangconstructies nodig zijn.
Verantwoordelijkheden worden binnen de projectorganisatie vastgelegd. Werkgevers blijven verantwoordelijk voor de veiligheid van hun eigen medewerkers en moeten samenwerken binnen de veiligheidsafspraken van het project. Bij bouwprojecten kan daarnaast een coördinator voor de uitvoeringsfase een rol hebben in de onderlinge afstemming.
Wanneer veilig verder werken niet kan worden gegarandeerd, wordt het betreffende werk onderbroken. De nieuwe situatie wordt beoordeeld en de werkmethode of veiligheidsmaatregelen worden waar nodig aangepast voordat de werkzaamheden worden hervat.
Door vaste verkeers- en looproutes in te richten, werkbereiken van machines vrij te houden en transportbewegingen vooraf af te stemmen. Wanneer fysieke scheiding niet volledig mogelijk is, zijn aanvullende organisatorische maatregelen en duidelijke communicatie noodzakelijk.
Nee. Een bouw- en slooplocatie verandert tijdens de uitvoering. Nieuwe werkfasen, andere routes, wijzigingen in de planning of onverwachte omstandigheden kunnen nieuwe risico's veroorzaken. De veiligheidsaanpak moet daarom gedurende het project blijven aansluiten op de actuele situatie.
Deegen denkt mee over werkvolgorde, bereikbaarheid, zonering, materiaalstromen en de afstemming met andere disciplines. Zo wordt het sloopwerk praktisch en veilig onderdeel van de totale bouwplanning.